Katholieke Kerk in en om Leuven

Welkom op de webstek van het dekenaat Leuven

RESTAURATIE VAN DE
SINT-PIETERSKERK
HUIDIGE WERKZAAMHEDEN

Momenteel gaat de interieurrestauratie van de kerk van start. In fase 7 en 8a worden de technische installaties grondig opgeknapt. Zowel de elektriciteitsvoorzieningen, de verwarmingsinstallatie als het sanitair krijgen een upgrade en anticiperen zo op het hedendaagse polyvalent gebruik van de kerk. Naast de lithurgische functie, wordt het gebouw namelijk ook gebruikt voor concerten, lezingen, evenementen en tentoonstellingen. In het hoogkoor bevindt zich bovendien een deel van de collectie van het Leuvense Museum M. De werkzaamheden vragen dus om een ge•ntegreerde aanpak, waarbij zowel het gebruik en de architectuur van de kerkruimte als de bewaringstoestand van de aanwezige kunstwerken centraal staan. Simultaan worden de verschillende interieurobjecten en kapellen van de zijbeuken aan vooronderzoeken onderworpen (fase 8b).

FASE 7 - ELEKTRICITEIT
De huidige elektrische uitrusting is dringend aan vernieuwing toe. Het grootste deel van de bestaande installatie dateert van kort na de Tweede Wereldoorlog. Enkel het gedeelte in het kerkmuseum werd vervangen in de loop van de jaren 90. Het merendeel van de elektriciteitsvoorzieningen is bijgevolg sterk verouderd en niet conform de geldende veiligheidsnormen. Bovendien zijn verschillende lichtpunten, schakelaars en contactdozen defect.

De grootste aanpassingen gebeuren aan het verlichtingssysteem. De benedenkerk wordt voorzien van nieuwe pendelarmaturen, die het sobere, verticale karakter van het gotische bouwwerk benadrukken. Het oplichten van het triforium zorgt voor een theatraal spel van diepte en licht, en een flexibel voedingssysteem biedt de mogelijkheid op een eenvoudige wijze tijdelijke verlichtingselementen te installeren, op maat van specifieke evenementen.

FASE 8A - VERWARMING EN SANITAIR
Om de volledige ruimte op een aangename temperatuur te brengen worden de benedenkerk en het museumgedeelte voorzien van een nieuw verwarmingssysteem op basis van convectoren, speciaal ontwikkeld voor beschermde monumenten. De klimaatafhankelijke regeling en de homogene warmteverspreiding, eigen aan het systeem, zorgen voor een optimaal binnenklimaat voor zowel bezoekers als kunstwerken. De roosters worden bovendien ingewerkt volgens de bestaande tegelpatronen, waardoor deze hedendaagse installatie zich subtiel inpast in de bestaande visuele logica van het kerkgebouw.

Tot slot wordt ook het sanitair aangepakt. De huidige sanitaire voorzieningen in de kerk zijn ruimschoots onvoldoende. Vandaag is er slechts één toilet te vinden en de bestaande toestellen zijn verouderd en niet aangepast aan gebruik door andersvaliden. Er worden aldus bijkomende gescheiden en toegankelijke toiletten met handwastafels voorzien, voor gebruik door museumpersoneel en kerkbezoekers.

FASE 8B - VOORONDERZOEKEN
Ter voorbereiding van hun restauratie, worden een aantal vrijstaande en muurvaste neogotische beelden in de benedenkerk onderzocht, net als de preekstoel en de gotische doopvont in de westbouw. Naast het opstellen van conditierapporten, die de huidige toestand van de kunstobjecten in kaart brengen, worden ook reini gingsstalen uitgevoerd om een duidelijk zicht te krijgen op de verschillende restauratiemogelijkheden. In het koor wordt een aantal muurepitaven en altaren bestudeerd, alsook het volledige interieur van de kapel van de Fiere Margriet. Tot slot worden de overblijfselen van het renaissance-orgel, dat zich vóór WO II naast het doksaal bevond, geïnventariseerd en aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen.


Om het te beschermen tijdens de werken, werd het onroerend kunstpatramonium ter plaatse ingepakt. (*)

Uitgravingen voor het plaatsen van leidingen en convectoren in de noordelijke zijbeuk. De roosters in de vloer maken deel uit van het oude verluchtingssysteem en worden na de werken afgedekt. (*)

Uitgravingen voor het plaatsen van convectoren tussen de pijlers van het schip. (*)

Soortgelijk verwarmingssysteem, met subtiel ingewerkte convectoren, werd door architectenbureau ARTER reeds toegepast in de Sint-Jan-Baptistkerk te Averbode. (*)

De graafwerken in de kerk worden begeleid door een gespecialiseerd team van archeologen, die opgegraven elementen nauwkeurig inventariseren en bestuderen. (*)

Proefopstelling voor de nieuwe verlichting in het triforium. (*)

Doksaalorgel vóór het bombardement in 1944 (F. Van der Mueren, 1554-56)

Detail van het houtsnijwerk aan de onderzijde van het doksaalorgel. (KIK, 1945)

Archieffoto van de kapel van de Fiere Margriet. (KIK, 1941)

Inventarisatie van gedemonteerde altaarelementen uit de kapel van de Fiere Margriet. (*)

* Afbeeldingen afkomstig uit archief ÁRTER

Folder restauratie van de Sint-Pieterskerk, « download hier. » (pdf-formaat 68Mbyte).

FASE 9 - betreft de totaalrestauratie van vijf noordelijke zijkapellen.
Naast een aantal vrijstaande en vaste kunstwerken verspreid in de kerk (zie fig. 1). De totaalrestauratie van de vijf kapellen omvat het natuursteenparement, de bepleisterde gewelven met 16de eeuwse schildering, het historisch meubilair in de kapellen, en de kunstvoorwerpen. De restauratie van kunstvoorwerpen omvat een aantal muurepitaven, altaren en beeldhouwwerk.

In vier noordelijke zijkapellen is de bijna volledige inrichting nog aanwezig, in tegenstelling tot het overige kerkinterieur waar slechts een aantal altaren bewaard bleven. Ooit is dit anders geweest: vanaf de bouw van de kerk in de 15de eeuw werden altaren opgericht. Deze traditie is duidelijk te zien op het schilderij van Wolfgang De Smet (afb. 12), dat het interieur van de Sint-Pieterskerk toont rond het jaar 1667. Niet alleen rijke families, ook gilden en ambachten gaven mee vorm aan het kerkinterieur door altaren te onderhouden en te decoreren. De wanden rondom de altaren werden vaak voorzien van lambriseringen; balustrades sloten kapellen af van het kerkinterieur, muren en gewelven werden gedecoreerd met vaak kleurrijke schilderingen. In de noordelijke zijkapellen zijn tot op vandaag nog 16de eeuwse gewelfschilderingen bewaard. Ook op de wanden zijn nog sporen zichtbaar van kleurrijke schilderingen.

Verschillende gebeurtenissen in de geschiedenis hebben ervoor gezorgd dat veel altaren met bijbehorende kunstwerken en meubilair verloren gingen. Tijdens de Beeldenstorm in 1566 werden op grote schaal kerken in de Nederlanden beroofd van hun kunstwerken. Aan het einde van de 18de eeuw worden tijdens de Franse Revolutie opnieuw op grote schaal kerken en kloosters leeggeroofd, en ook de twee wereldoorlogen hebben ervoor gezorgd dat veel kunstwerken van de Sint-Pieterskerk verloren gingen. Het is daardoor verwonderlijk dat nog vier kapellen een oorspronkelijk 17de en 18de eeuwse aankleding bezitten, en dat zelfs 16de eeuwse gewelfschilderingen bewaard bleven.

RESTAURATIE VAN HET NATUURSTEENPAREMENT EN DE GEWELVEN

In de noordelijke zijkapellen (zie fig. 1: kapellen aangeduid in roze kleur) worden zowel het binnenparement als de bepleisterde gewelven met 16de eeuwse polychromie gerestaureerd. De restauratie van het natuursteenparement wordt uitgevoerd met technieken die recent werden uitgetest tijdens de proefrestauratie in het noordtransept (zie afb. 11). Zo zal de reiniging van het natuursteenparement uitgevoerd worden met een latexpasta, die na droging samen met het oppervlaktevuil verwijderd wordt. Na de reiniging worden herstellingen van het natuursteenparement uitgevoerd : voegwerk wordt waar nodig vervangen, verpoederde natuursteen wordt verhard, beperkt plastisch herstel wordt uitgevoerd. Vervolgens worden storende elementen, zoals de verdonkerde cementvoegen, geretoucheerd met kalklazuur (dit is een mengeling van water, kalk, cellulose en pigment). Tijdens deze ingrepen worden restanten van muurschilderingen, nog aanwezig op het parement van de vijf kapellen, beschermd en geconsolideerd.

De restauratie van de gewelven omvat de consolidatie van het 16de eeuws pleisterwerk en schilderingen (zie afb. 12), waarvan de verflaag verpoedert en afschilfert. Restaurateurs zullen deze degraderende verflagen fixeren om verder materiaalverlies te voorkomen. Na consolidatie worden de schilderingen plaatselijk geretoucheerd.

De restauratie van vrijstaande kunstvoorwerpen en schilderijen die tijdelijk uit de portiekaltaren werden verwijderd, worden gerestaureerd in een atelier in de kerk. Een toelichting bij de restauratie van de kunstobjecten en de altaarensembles in de noordelijke zijkapellen vindt u in de kolom rechts van de afbeeldingen hiernaast.

Tekst door : ARTER

TOELICHTING BIJ DE RESTAURATIE VAN DE KUNSTWERKEN
Vandaag vragen aanbestedingen van monumenten veelal om een multidisciplinaire totaalaanpak. Dit is voor FASE 9 van de interieurrestauratie in de Sint-Pieterskerk niet anders. Elke kunsttak (polychromie, hout, steen, schilderijen, . . .) wordt bij het IPARC-team vertegenwoordigd door een senior restaurateur die kan aansturen en tevens de eindverantwoordelijkheid draagt.

Op die manier worden kwaliteit en methodologie (eigen aan de discipline in kwestie) gegarandeerd maar kan er door de structuur ook uitwisseling zijn van know-how en best practices tussen de disciplines onderling.

Restauratoren onderschrijven een methodologisch kader dat in drie basisprincipes kan samengevat worden:

Het principe van de minimale ingreep: de restaurator respecteert het unieke karakter van elk kunstwerk, de oorspronkelijke materialen en hun natuurlijke veroudering.

Het principe van de herkenbaarheid: in dezelfde optiek van respect voor de integriteit van het kunstwerk, moet elke ingreep of toevoeging herkenbaar en onderscheidbaar zijn met het blote oog of met behulp van onderzoeksmethodes.

Het principe van de reversibiliteit: een conservatie-restauratiebehandeling moet in principe omkeerbaar zijn. De restaurator gebruikt alleen producten, materialen en technieken die het cultureel erfgoed niet beschadigen en die specifiek voor dit doel gemaakt zijn. Zijn of haar interventie mag latere behandelingen en onderzoeken op geen enkele manier belemmeren of verhinderen. Uitgaande van het respect voor de uniciteit en de authenticiteit van de voorstelling, moet elke restauratieve ingreep, omkeerbaar zijn.

AANPAK POLYCHROME BEELDEN (in hout)
Het polychroom, monochroom en verguld beeldhouwwerk is erg vervuild en bedekt met een laag stof.

Alle onderdelen worden ontstoft met een museumstofzuiger en zachte borstels.

Het gehele oppervlak vertoont opstuwingen en craquelures in de polychromie. Deze worden gefixeerd met een aangepast hechtingsmiddel en aangeblazen met warme lucht.

Alvorens over te gaan tot de reiniging van de polychromie wordt de gevoeligheid van de verflagen op de verschillende onderdelen getest. De aangewende methode en de gebruikte producten kunnen immers vari‘ren voor de verschillende kleuren of de verschillende soorten verflagen. Er wordt rekening gehouden met de verschillende alteraties en er wordt steeds getracht een esthetisch evenwicht te bewaren. Het team moet er op toekijken dat een homogeen geheel en eenzelfde reinigingsniveau bekomen wordt voor alle kapellen.

De oude vernis op het beeldhouwwerk wordt op een egale manier afgedund. Storende en slecht verouderde retouches worden verwijderd.

De lacunes in de polychromie worden eerst opgevuld met een preparatielaag en daarna geretoucheerd.

De nieuw bijgemaakte delen worden eveneens voorzien van een geschikte preparatielaag en worden naar het voorbeeld van de omliggende delen geretoucheerd zodat ze volledig ge•ntegreerd worden in het geheel.

Elke behandeling wordt uitgevoerd zonder verlies van oorspronkelijk materiaal, zonder behandelingssporen en is reversibel (omkeerbaar).Tenslotte wordt een afwerkingslaag aangebracht ter bescherming en om het geheel te homogeniseren.

AANPAK STENEN BEELDEN EN ALTAREN

De reiniging van de stenen beelden, epitafen, balustrades, lambriseringen en altaren zal het uiterlijk van de steen terug verdiepen. Het oppervlak van de steen is net zoals de andere objecten bedekt met een laag stof, vastzittend vuil en vergeelde waslagen, en oogt daardoor mat grijs.

Door de reiniging zal de oorspronkelijke kleurstelling terug worden opgehaald en door de afwerking met een microkristallijne was worden de kleuren verdiept. Daardoor krijgen de objecten het originele contrast terug, van bijvoorbeeld witte en zwarte marmer. Bij het epitaaf van Fransiscus-Xaverius De Ram is de vervuiling van de witte marmer goed zichtbaar; de reiniging zal daarom heel duidelijke resultaten opleveren.

Er wordt altijd geprobeerd om een reiniging eenvoudig te houden, maar soms is het vuil diep ingedrongen en moeten er kompressen worden aangebracht om het vuil uit de steen te trekken. Opnieuw bij het epitaaf van Fransiscus-Xaverius De Ram, is er bovenaan links een groene vlek zichtbaar en rechts een oranje-rode vlek. Dit zijn ingedrongen oxidatie-vlekken veroorzaakt door metaal. Op deze vlekken zal er bijvoorbeeld met kompressen gewerkt worden om de vlekken zo goed mogelijk te verwijderen.

Ontbrekende delen aan beelden, bijvoorbeeld vingers, worden gereconstrueerd. Voor het maken van een reconstructie wordt er eerst in plastiline een ontwerp gemaakt. Als dit ontwerp naar tevredenheid is afgewerkt, wordt met silicone en gips een mal gemaakt. De plastiline wordt uit de mal verwijderd en het stuk wordt afgegoten. Het afgietsel wordt vervolgens op een reversibele manier bevestigd aan het beeld en geretoucheerd zodat van veraf niet zichtbaar is dat er een herstelling is aangebracht.

AANPAK SCHILDERIJEN UIT DE ALTAREN
Ook de schilderijen uit de altaren zijn in de loop der jaren bedekt geraakt door een laag stof en oppervlaktevuil. Samen met de vergeelde vernis zijn de schilderijen hierdoor moeilijk leesbaar geworden. Tevens werden alle schilderijen ooit reeds eerder gerestaureerd en zitten ze vol met oude, vergeelde en verdonkerde retouches en overschilderingen.

De werken krijgen eerst een oppervlaktereiniging; nadien wordt de vergeelde vernislaag afgedund op een egale manier. Deze reiniging geeft de schilderijen hun oorspronkelijke diepte en coloriet terug. Ook alle storende oude ingrepen worden weggenomen en beter ge•ntegreerd met hedendaagse technieken.

Gaten worden toegestopt en scheuren gelijmd, lacunes krijgen een opvulling en worden geretoucheerd.

De schilderijen krijgen tenslotte een nieuwe vernislaag ter bescherming en om het geheel te homogeniseren.

Zoals bij de andere kunstobjecten wordt bij de schilderijen elke behandeling uitgevoerd zonder verlies van oorspronkelijk materiaal, zonder behandelingssporen en zijn de ingrepen reversibel (omkeerbaar).

AANPAK HOUTEN & METALEN ONDERDELEN
Houten onderdelen worden behandeld tegen houtworm met behulp van de anoxie-methode. Alle houten onderdelen worden ingepakt in een plastiek folie; vervolgens wordt uit deze 'luchtbel' alle zuurstof ontrokken waardoor de houtworm wordt vernietigd.

Nadien worden alle constructie-onderdelen van de altaren verder onderzocht op vlak van stabiliteit. Zwaar aangetaste onderdelen worden geconsolideerd, waarbij vormbehoud essentieel is. Waar nodig wordt het aangetaste materiaal vervangen door nieuw hout.

Daar waar in de sculptuur vormverlies is opgetreden door houtwormaantasting wordt dit na consolidatie terug aangevuld. Hiervoor worden verschillende reversibele technieken toegepast, ondermeer een combinatie van hout, kurk en zachte kunsthars.

De algemene stabiliteit van de altaren en alle afzonderlijke delen worden onderzocht. De smeedijzeren muurbevestigingen worden behandeld tegen corrosie en gecontroleerd op hun bevestiging in muur en altaar. Indien nodig worden gelijkaardige muurbevestigingen bijgeplaatst om de verankering te vezekeren.

Tekst door : IPARC

WERKEN ZOMER 2014

Steenrestauratie van de niet-beschilderde onderdelen aan het Carolus-Borromeusaltaar

De niet-beschilderde delen van het Carolus-Borromeusaltaar zijn uitgevoerd in verschillende steensoorten: zwarte marmer, veelkleurige marmer, blauwe hardsteen; voor de altaartafel werd cement gebruikt.

De beschilderde stenen zijn uitgevoerd in kalksteen die ernstig verzand is. Daardoor werken de polychromierestauratoren en het steenrestauratieteam hier nauw samen waarbij zowel de steen verstevigd als de beschilderde lagen (=polychromie) gefixeerd worden.

Elke marmersoort vraagt een eigen behandeling. Zo werd de zwarte marmer gereinigd met een gel waarin een klein percentage white spirit was verwerkt. Deze gel trekt niet alleen het vuil maar ook vroegere behandelingen met olie en was (om de kleur te verdiepen) uit de steen. Dit was noodzakelijk omdat de steen er erg vlekkerig uitzag en een nieuwe waslaag niet gelijkmatig kon worden aangebracht op de oude, vergeelde oliën en wassen.

Na de reiniging werd de steen behandeld met een zwart gekleurde was om het oorspronkelijke barokke kleurenpalet in zwart- en wittinten opnieuw tot zijn recht te laten komen. De veelkleurige marmer kon worden gereinigd met water.

Enkel op de linker zuil waren er diepgekleurde druipsporen zichtbaar die niet konden worden verwijderd met water. Deze werden daarom nabehandeld met kompressen. Lacunes in de steen werden opgevuld met ongekleurde was en vervolgens op toon gebracht in de kleur die ze oorspronkelijk hadden. Tenslotte werden deze marmers beschermd met een ongekleurde was.

Enkele breuken en barsten werden geïnjecteerd met een duurzame lijm. Alle metalen staven die het altaar op zijn plaats houden werden ontdaan van en beschermd tegen roest.

De altaren aan de noord kant van de kerk en de epitafen zullen op een gelijkaardige manier behandeld worden.

Behandeling van de polychromie (beschilderde opppervlakken) in de Carolus-Borromeuskapel, altaren en vrijstaande beelden

De restauratie van de polychromie (beschilderde oppervlakken) van de Carolus-Borromeuskapel nadert de afwerkingsfase. Na de oppervlaktereiniging van de witte monochromie worden de lacunes opgevuld. Deze vullingen zullen opgevuld worden met niet-zichtbare retouches.

Het beeld van de heilige Dorothea dat op het retabel staat wordt verder gereinigd. In overleg met de architecten, de kerkfabriek en de stad wordt op basis van een testvlak bepaald hoe de monochromie wordt geretoucheerd dan wel of ze overschilderd wordt.

De reiniging van de altaren (Kapel Sint Job en Sint Arnoldus, Kapel Heilige naam Jezus, Kapel Sint Nikolaas, Kapel Sint Ivo) in de noordelijke zijbeuk van de kerk werd opgestart. In een eerste fase (en voor andere ingrepen kunnen beginnen) worden de fragiele polychrome verflagen gefixeerd. Nadien wordt een reeks reinigingstesten uitgevoerd worden om de geschikte reinigingsmethode en de te gebruiken producten te bepalen. Gebruikte producten en techieken moeten volgens de internationale restauratie-methodologie omkeerbaar zijn en mogen de originele lagen op geen enkele manier aantasten.

De zes vrijstaande beelden (Maria met Kind, Heilige Blasius, Heilige Marcoen, Heilige Albertus van Leuven, het crucifix en de Engelbewaarder met Jezuskind) worden gereinigd aan de hand van de reinigingstesten die reeds eerder uitgevoerd werden.

Schilderijenrestauratie

De schilderijen uit de lambriseringen in de kapellen aan de noordkant ondergaan een uitgebreide reiniging. Het door de tijd verzamelde stof en andere oppervlaktevuil wordt eerst weggehaald. Vervolgens wordt de oude vernisla(a)g (en) weggehaald en worden ook de overschilderingen die tijdens latere ingrepen werden aangebracht door kunstenaars en restauratoren weggehaald, tenminste als ze storend zijn voor de leesbaarheid van het werk.

De meeste schilderijen werden specifiek voor deze altaren en kapellen gemaakt in opdracht van de gilden. Hier en daar werden wel schilderijen in de kapellen geplaatst die gerecupereerd zijn van op andere plekken en in deze kapellen een tweede leven kregen. Men kwam tot deze vaststelling omdat deze werken verzaagd en aangepast werden om in de lambrisering ingepast te worden. Bovendien staat bij één werk nog een ander schilderij op de achterzijde wat duidt op een herkomst als triptiek.


15 augustus 2014

15 augustus 2014
Kapel Sint Nikolaas
  • Reiniging in uitvoering
  • Onderzoek met endoscoop uit te voeren (zie art. 13.2 in lastenboek).
  • Twee openingen in lambrisering waren vroeger ingevuld met paneelschilderijen met voorstellingen uit het leven van Sint Rochus. Deze panelen bevinden zich momenteel in het depot van M. Alle aanwezigen zijn van mening dat het terugplaatsen van de panelen een meerwaarde zou betekenen. IPARC stelt dat de achterzijde van de panelen kan worden afgeschermd, om inwerking van vocht te beperken. KF zal M hierover contacteren.
  • Haak op middenste paneel lambrisering noordelijke muur (ophanging schilderij) dient te worden verwijderd, op vraag van KF.

21 oktober 2014

21 oktober 2014

 | © webstek Dekenaten Leuven en Bierbeek - 2008 ~ 2017  | gewijzigd op: 12-10-2017  | webbeheer: Johan.DeBoer@telenet.be | 
 | interne verwijzing met mogelijk interne layout interne verwijzing met eigen webbeheer eigen webbeheer