Katholieke Kerk in en om Leuven

Welkom op de webstek van het dekenaat Leuven

SINT-PIETERSKERK
BOUWGESCHIEDENIS

De Sint-Pieterskerk is een driebeukige, basilicale kruiskerk in Brabantse gotiek. Karakteristiek is haar koorpartij met zeven straalkapellen. Binnen, in 'de schatkamer van Sint-Pieter', zijn twee werken te bewonderen van Vlaams primitief Dirk Bouts: m.n. 'Het Laatste Avondmaal' en 'De Marteling van de Heilige Erasmus'.

ONTSTAANSGESCHIEDENIS
De Sint-Pieterskerk is gelegen op het knooppunt van de wegen naar Diest, Tienen, Namen, Brussel en Mechelen en vormt samen met het stadhuis, gelegen aan de overkant van de Grote Markt, het centrum van Leuven. De geschiedenis van de kerk begint vermoedelijk omstreeks de helft van de vroege middeleeuwen met de bouw van een houten kerkgebouw. Rond het jaar 1000 werd ze vervangen door een Romaanse stenen kerk. Ze fungeerde als een symbool voor zowel politieke als religieuze macht. Het koor, naar het oosten gericht, was voorbehouden als keizerlijke grafkerk, de middelste travee‘n waren bestemd als parochie- en collegiale kerk, en de westelijke toren deed dienst als stadsbelfort.

De bouw van de huidige gotische kerk startte in het eerste kwarht van de vijftiende eeuw en eindigde halverwege de zestiende eeuw, achtereenvolgens onder leiding van Sulptius van Vorst, Jan II Keldermans, Matthijs de Layens en Alard du Hamel. De werken begonnen aan het koor en naarmate ze vorderden werd de Romaanse kerk deel per deel afgebroken. Vandaag rest er ons nog maar weinig van dit laat-middeleeuwse bouwwerk. De keizerlijke grafkerk, ontdekt tijdens archeologische opgraving vlak na de Tweede Wereldoorlog, is het enige restant dat publiek toegankelijk is.

Het bouwen van een nieuwe laatgotische kerk kaderde in de prestigedrang van de stad Leuven. Brabantse steden als Antwerpen, Brussel en Lier wonnen in die periode aan belang door hun respectievelijke rol als handelsstad, hertogelijke residentie, en veemarkt. Leuven stichtte daarop in 1425, met goedkeuring door pauselijke bul, de eerste universiteit in de Lage Landen.

De nieuwe universiteitsstad kende op korte tijd een economische heropleving, die zorgde voor de nodige financiering van talrijke nieuwbouwprojecten, waarvan de Sint-Pieterskerk ongetwijfeld het grootste was. De Leuvense universiteit en de Sint-Pieterskerk met haar kapittel waren bovendien nauw verwant: de kanunniken waren vaak docent terwijl de proost kanselier van de universiteit was.

Het ontwerp van de Sint-Pieterskerk werd, zoals bij vele andere grote kerken, nooit volledig uitgevoerd. Zo moesten, volgens het ontwerp van Joos Metsys, de zijtorens van de westbouw een hoogte van 136m bereiken, en de middentoren een hoogte van 168m. Dit monumentaal project zou de Sint-Pieterskerk verheffen tot de hoogste van alle Brabantse kathedralen.Toen men in 1541 tot op een hoogte van 50 meter was gevorderd, werden de werken gestaakt omwille van de onstabiele ondergrond en financi‘le problemen. Na enkele instortingen, verlaagde men in het begin van de zeventiende eeuw de toren tot zijn huidige niveau.

Op het einde van de achttiende eeuw werd het Sint-Pieterskapittel door de Franse overheerser opgeheven en een groot deel van het kerkmeubilair werd publiek verkocht als 'zwart goed'. Na een eerste restauratiecampagne, volgden in de tweede helft van de negentiende eeuw talrijke verfraaiingswerken aan de kerk. Tussen 1851-1867 werd de westbouw gerenoveerd (o.l.v. stadsarchitect Edward Lavergne). Vanaf 1890 tot 1913 werden de steunberen en luchtboogstoelen verhoogd, afgedekt met zadeldaken en versierd met beeldnissen, hogels en kruisbloemen. De zijbeuken, de straalkapellen van het koor en het middenschip werden bekroond door een witstenen balustrade met maaswerk (o.l.v. Pierre Langerock). De huizen die tegen de kerk waren aangebouwd, werden tussen 1858 en 1914 afgebroken om een onbellemerd zicht te krijgen op het kerkgebouw. Enkel aan de zuidkant van het schip bleef een huizenrij bewaard.

RESTAURATIECAMPAGNES
De twee Wereldoorlogen gaven de kerk sterk te lijden. Tijdens de brand van Leuven in 1914 brandden de hele westbouw en de zuidelijke transeptarm uit. Tijdens het bombardement van mei 1944 werden de noordelijke dwarsarm, het kapittelhuis en de sacristie grotendeels verwoest. De schade werd pas hersteld tijdens de restauratiefase 1953-1963 onder leiding van kanunnik R. Lemaire en zijn neef, professor R.M. Lemaire. Naast de oorlogschade was het parement in zachte kalkzandsteen ook sterk verweerd. Dit leidde tot restauratiewerken aan de westbouw in 1986-1992 en het koor in 1994-1998 (arch. F. Vandendael). Aansluitend op deze restauratiecampagnes werd de zuidelijke transeptgevel bekroond met een jacquemart (mechanische klok met klokkenluider).

Als erkenning voor de uitzonderlijke erfgoedwaarde werden de Sint-Pieterskerk en het belfort in 1999 beschermd als UNESCO Werelderfgoed.


Muurtraces van de oorspronkelijke romaanse kerk. (*)

De keizerlijke grafkerk, onderdeel van het oorspronkelijke romaanse kerkgebouw, opgegraven in 1957. (KIK)

Detail uit het stadsplan van Leuven met de Sint-Pieterskerk. (De Wit, Leuven,Stedelijk Museum, Prentenkabinet)

Kopergravure met zicht op de Grote Markt. De Sint-Pieterskerk wordt afgebeeld met een rijzig westportaal en een spitse vieringtoren. (J.B. Gramaye, 1610, Leuven, Stedelijk Museum, prentenkabinet)

Zicht op de Sint-Pieterskerk vanop het Margarethaplein (Putaert, 1890)

Zicht op de Sint-Pieterskerk aan het eind van de negentiende eeuw. De kenmerkende spitse vieringtoren en balustrades in natuursteen zijn op dat moment nog niet aanwezig en er bevinden zich nog verschillende aanbouwen aan het koor. (*)

Detail van de noordgevel na de verfraaiingswerken tussen 1890 en 1913. (*)

De Sint-Pieterskerk na de brand van 1914, waarbij de dakkap volledig verwoest werd. Schoringswerken aan de topgevels van de dwarsarmen moesten de stabiliteit van de gevels garanderen. (*)

Tussen 1924 en 1930 werd de oorlogsschade hersteld en kreeg de kerk een nieuwe dakstructuur, opgebouwd uit zware metalen spanten. Op de kruising werd een nieuwe stalen torenspits geplaatst, naar het voorbeeld van de oorspronkelijke gotische toren. (KIK)

De noordelijke dwarsarm na het bombardement van 1944 . Op de foto is duidelijk de metalen dakstructuur uit de vorige restauratiecampagne te zien. (KIK)

Bij het bombardement van mei 1944 werden de noordelijke dwarsarm, de sacristie en de kapittelzaal (foto) grotendeels verwoest. De werderopbouw van de kerk zou pas beginnen in 1953. (*)

Op het einde van de twintigste eeuw was het gebouw er slecht aan toe.Het natuursteenparement in kalkzandsteen was sterk verweerd, de voegen uitgeloogd en op talrijke plaatsen was plantengroei waar te nemen. (*)

Gezien de slechte staat van het gebouw werd in 1986 een grote restauratiecampagne gestart waarbij zowel de westbouw (foto) als het koor onder handen genomen werden. (KIK)

Sinds 1998 is het koor opnieuw in volle glorie te bewonderen. (*)

De jacqemart op de zuidelijke transeptgevel
vormde de bekroning van twaalf jaar
restauratiewerken aan de Sint-Pieterskerk (*)

* Afbeeldingen afkomstig uit archief ÁRTER

 | © webstek Dekenaten Leuven en Bierbeek - 2008 ~ 2017  | gewijzigd op: 24-07-2017  | webbeheer: Johan.DeBoer@telenet.be | 
 | interne verwijzing met mogelijk interne layout interne verwijzing met eigen webbeheer eigen webbeheer