Katholieke Kerk in en om Leuven

Welkom op de website van de dekenaten Leuven, Bierbeek en Herent


1. Doopsel
2. Vormsel
3. Biecht
4. Eucharistie
5. Priesterschap
6. Huwelijk
7. Ziekenzalving
Deken Dirk De Gendt
Jules Vandenbemptlaan 2
B-3001 Heverlee
Tel: 016 22 22 10
Fax: 016 89 72 85
E-post: Dirk.De.Gendt@telenet.be
De zeven sacramenten

De zeven sacramenten - Rogier van der Weyden (1400 - 1464)
Het doopsel of de doop is binnen het christendom het sacrament van de christelijke initiatie. Op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament komen we de gedachte van de doop tegen. De bekendste plaats in de Bijbel is Matteüs 28 vers 19. Een andere bekende vindplaats is Marcus 16:16.

De oorspronkelijke doop bestaat uit een onderdompeling in of onder water. Pas vele eeuwen na de bekering van de Romeinse keizer Constantijn de Grote, waarmee een einde kwam aan de christenvervolgingen, ging men geleidelijk over tot de doop door overgieting (effusio). Iedereen die in het christelijke rijk van Constantijn de Grote geboren werd, was door zijn geboorte automatisch een christen en behoorde dan ook gedoopt te worden.

De rooms-katholieke Kerk accepteert alleen doopsels door onderdompeling of vloeiende uitgieting, niet die door besprenkeling, als geldig.

Het woord 'doop' in het Nieuwe Testament is in het Grieks 'baptisimo', hetgeen volledig onderdompelen of wassen betekent. In het Latijn en in het Credo van de apostolische Kerk leest men dan ook baptisma.

Het vormsel (in het Latijn confirmatio, van het werkwoord firmare = bevestigen) is een sacrament waardoor een gedoopte de kracht van de Heilige Geest ontvangt om zijn geloof standvastig te kunnen belijden. Het vormsel is gebaseerd op de apostolische leer en de Bijbel (Hand. 8:14-17; Ef. 4:30).

Het vormsel vervolmaakt de doopgenade en geeft de Heilige Geest. Hierdoor kan de vormeling dieper wortelen in het goddelijk kindschap en wordt hij of zij vaster ingelijfd bij Christus. Het verstevigt de band met de Kerk en haar zending. Het helpt de vormeling door woord en daad getuigenis af te leggen van het christelijk geloof. Bovenal geeft het vormsel de genade om in tijden van vervolging en verdrukking het geloof trouw te blijven.

Een kandidaat voor het vormsel moet gedoopt zijn, zijn geloof belijden, de intentie hebben het sacrament te ontvangen en voorbereid zijn om de rol op zich te nemen van leerling en getuige van Christus in de kerkelijke gemeenschap en in wereldlijke aangelegenheden.

Net zoals het doopsel kan men het vormsel slechts eenmaal ontvangen.

De oorspronkelijke bedienaar van het vormsel is de bisschop, waarmee wordt aangeduid dat dit sacrament de band met de Kerk versterkt.

Het ritueel van het vormsel bestaat uit een handoplegging en de zalving met chrisma. Hierbij gaat de vormeling van oudsher knielen voor de bisschop. De ouders van de jongeling, ofwel de meter en/of peter leggen de rechterhand op de rechterschouder van de jongeling. Deze moet zijn/haar doopnaam zeggen tegen de bisschop. Hierna zalft de bisschop de vormeling en wordt hij gefeliciteerd. Het vormsel wordt vaak in de periode Hemelvaart - Pinksteren (het feest van de Heilige Geest), maar kan ook in een andere tijd van het jaar plaatsvinden.

Na het vormsel worden jongeren aangespoord om zich verder actief in te zetten in de Kerk, onder andere via Jeugdpastoraal.

De biecht, ook wel boetesacrament, sacrament van de vergeving of sacrament van boete en verzoening genoemd, is een van de zeven sacramenten van de Katholieke Kerk. In dit sacrament kan de priester in Christus' naam zonden vergeven. De biecht wordt gebaseerd op de woorden die Jezus Christus heeft gericht tot zijn Apostelen op de dag van Zijn Verrijzenis : "Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven, wier zonden gij niet vergeeft, hun zijn ze niet vergeven." (Joh. 20, 23)

De beschermheilige van het biechtgeheim en de biechtvaders is de H. Johannes Nepomucenus.

In de middeleeuwen maar ook later heeft de katholieke kerk geprobeerd om met behulp van de biechtvaders van de katholieke koningen en heersers politieke invloed te winnen. De biechtvader van Lodewijk XIV, de bekende jezuiet François d'Aix de La Chaise was een bemiddelaar bij conflicten en hij oefende een matigende invloed op de tirranieke koning uit.

Eucharistie: ofwel dagelijks misoffer. Het belangrijkste sacrament en de bron en het hoogtepunt van ons geloof (R.K.). In de eucharistie, met name tijdens de consecratie, waar het brood en de wijn, op geestelijke wijze, worden veranderd in het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus. Op geestelijke wijze, daarom niet meetbaar of merkbaar aan de materie, zoals wij geen enkele geestelijke activiteit materieel kunnen meten of waarnemen. Het is dus een kwestie van geloof.

Evenzo geeft het Lichaam en Bloed van Christus, genoten in de eucharistie, mits gelovig genoten, leven aan onze ziel en helpt ons om geloviger en liefdevoller mensen te worden. Het brengt ons dichter bij onze Vader, God in Jezus Christus. Communie is in de R.K. Kerk niet toegestaan voor Protestanten, omdat zij niet geloven dat brood en wijn worden veranderd in het Lichaam en Bloed van Christus. Voor hen is het nuttigen van de communie niet het ontvangen van Christus. Daarom kunnen zij niet met de juiste gelovige instelling de communie beleven. De eucharistie, met name de consecratie mag enkel worden uitgevoerd door een priester.

Priesterschap: is voorbehouden aan een ongehuwde man, met uitzondering van gehuwde dominees, welke overstappen naar de R.K. Kerk en daar tot priester worden gewijd. Bij overlijden van hun vrouw mag er niet opnieuw worden gehuwd. De priester neem deel aan het ene priesterschap van Christus. De priester moet celibatair leven, hij mag niet huwen of een andere seksuele relatie onderhouden. De reden is dat de priester, die dagelijks het Lichaam van Christus in zijn handen heeft, zijn gehele leven aan God geeft, zich rein dient te houden naar lichaam en geest. Doordat hij zich (zoveel als een mens is gegeven) probeert rein te houden en al zijn tijd voor God geeft, geeft hij ook al zijn tijd aan zijn medemensen in oprechte, belangeloze liefde. Don Bosco heeft meermalen gezegd: "Een priester heeft in de hemel tijd om te rusten, maar op aarde moet hij werken". Een priester heeft zich vrijgemaakt van zoeken naar persoonlijk gewin, eigenbelang en het dienen van tijdelijke belangen in de wereld. Hij is er voor zijn medemensen, zoals God er ook is voor iedereen. Een gewone priester, alhoewel bijna onderaan in de hiërarchie van de Kerk, is voor de gewone gelovige de meest belangrijke vertegenwoordiger van God en Kerk. Hij dient de (meeste) sacramenten toe en is hulp, een gids en steunpilaar voor de gelovige op zijn/haar levensweg, op weg naar God in de hemel, zowel door zijn woorden als door zijn daden.

Gemakkelijk zult u priesters kunnen vinden, die niet aan dit beeld beantwoorden. Bedenk dan dat alle priesters ook mensen zijn, met hun eigenaardigheden, gebreken en tekortkomingen. Bovendien, in deze tijd waarin geloof veelal vervangen is door wetenschap, die soms de grootste nonsens als 'wetenschappelijke waarheden' verkoopt, zijn niet alleen vele leken, maar ook een groot aantal priesters in verwarring geraakt. Deze verwarde priesters zijn zelf het 'spoor bijster geworden' en kunnen geen echt voorbeeld meer zijn in woord en daad, hoezeer zij het zelf vaak willen en daar ook hun uiterste best voor doen. Voor deze priesters kunnen we enkel maar bidden.

De priester wordt door een bisschop gewijd.

Huwelijk: is een levens durende verbintenis tussen een man en een vrouw. Bij het sacrament van het huwelijk sluit God, met de priester als Zijn plaatsvervanger op aarde, de verbintenis tussen een man en een vrouw. Het huwelijk wordt gesloten tussen twee mensen, die in hun liefde verenigd worden, zodanig dat zij als het ware één worden. Van God vragen deze mensen (als het goed is) het grootste geschenk, wat Hij op aarde wonende mensen maar kan geven; namelijk dat hun wederzijdse liefde een levende vrucht mag dragen, een kind. Samen voeden zij vervolgens het kind op, geheel volgens hun eigen opvattingen, normen en overtuigingen. Te samen met de van huis meegekregen normen en opvattingen en wat hij/zij aantreft in de maatschappij en/of door God aan inzichten wordt geschonken, ontwikkelt het kind dan zijn/haar eigen opvattingen, normen en waarden en draagt deze weer door naar de volgende generatie. Maar het belangrijkste is de van huis uit meegekregen levenswaarden. Daarom is het opvoeden van de volgende generatie van levensbelang voor elke samenleving en die opvoeding vindt plaats in het gezin, begonnen met het sluiten van het huwelijk.

Als gezin en opvoeding, vooral de geestelijke opvoeding, verwaarloost worden, zoals in de afgelopen decennia o.a. in Nederland gebeurt is, dan blijven de maatschappelijke gevolgen niet uit. Dan stijgt de criminaliteit (in de jaren 60 waren er nog plannen om gevangenissen af te breken, vanwege een daling in criminaliteit), de agressie, het zinloze en volkomen irrationele geweld, enzovoorts. Het wordt weer tijd dat wij onze samenleving zo inrichten dat vrouwen weer tijd hebben voor de opvoeding van hun kinderen, waar zij van nature beter voor geschikt zijn dan de man, alhoewel zijn bijdrage nooit mag ontbreken. Dit is geen pleidooi om de vrouwen terug te brengen tot het aanrecht, maar om de maatschappij in het algemeen en de gezinnen in het bijzonder een betere uitgangspositie te geven. We moeten het huwelijk weer serieus nemen en weer gaan samenleven in plaats van samen in een huis te leven. Dan wordt het gezin weer in zijn volle betekenis de hoeksteen van de samenleving.

Ziekenzalving: ofwel het sacrament van de stervenden. De ziekenzalving wordt toegediend aan mensen die stervende zijn, of waarvan verwacht wordt dat zij zeer binnenkort gaan sterven aan ziekte of gebrek. Dit sacrament bestaat reeds vanaf het begin van de christengemeenschap. Het is een bijzondere gave van de H. Geest, die troost en vrede geeft en bemoediging in de moeilijkheden. De ziekenzalving kan samen gaan met een eventuele biecht, eucharistie of het toedienen van de communie en een geestelijk woord. Het gaat altijd samen met zalving door olie, die door de bisschop gewijd is, met gebed en handen oplegging. Het sacrament wordt toegediend door een priester.

Aan zieken die het bewustzijn verloren hebben, mag men het sacrament toedienen als men oordeelt dat de zieke zelf of zijn naaste omgeving erom zou gevraagd hebben indien hij bewust zou geweest zijn en wanneer dit past bij zijn levenshouding. Ook de zegening van het lichaam van de stervende kan hier op zijn plaats zijn."Terwijl hij het voorhoofd en de handen zalft, zegt de priester: Moge onze Heer Jezus Christus door deze heilige zalving en door zijn liefdevolle barmhartigheid u bijstaan met de genade van zijn heilige Geest. Moge Hij u van zonden bevrijden, u heil brengen en verlichting geven". In de zalving en de sacramentele woorden zegt God de zieke bijstand toe. Hij zal de zieke heil brengen.

© 2010 - Dekenaten Leuven Bierbeek en Herent -