De zeven sacramenten - Rogier van der Weyden (1400 - 1464) ~ M Museum Leuven
Doopsel van kinderen en volwassenen
Het doopsel is niet allereerst een menselijk gebeuren maar een gebeuren van God aan de mens.
Gedoopt worden is allereerst 'zich laten dopen door God'.
God lijft ons niet in op grond van eigen gerechtigheid.
Geboren uit de liefde van gelovige ouders - die als gehuwden de liefde van Christus voor zijn Kerk uitbeelden -
wordt dit kindje als het ware 'in de Kerk' geboren.
De doop maakt dit gebeuren zichtbaar.
De menselijke realiteit waarop dit sacrament van de kinderdoop inhaakt,
is daarom het geloof van de ouders en hun vraag om de doop van hun kindje.
'De Kerk leent de voeten van anderen om naar haar toe te komen,
het hart van anderen om te kunnen geloven,
de taal van anderen om dit geloof te belijden'(Sint Augustinus).
De doopliturgie van volwassenen of van kinderen op schoolleeftijd zal normaal in verschillende stadia gebeuren,
die de geloofsinwijding en doopselvoorbereiding begeleiden.
De doopbediening zelf zal bij voorkeur samen met het vormsel plaats vinden tijdens een eucharistieviering,
zodat de eenheid van de christelijke initiatiesacramenten tot uitdrukking komt.
Vormsel en hernieuwing van doopbeloften 1. Wie door het doopsel herboren zijn, ontvangen door het sacrament van het vormsel een onuitsprekelijke gave,
de heilige Geest zelf.
Zij worden daardoor met een speciale kracht verrijkt: zij worden als gemerktekend en vollediger met de Kerk verbonden.
Zij worden op een indringender wijze opgeroepen als waarachtige getuigen van Christus door woord en daad het geloof te verspreiden. 2. Het sacrament van het vormsel wordt geschonken door de zalving van het chrisma op het hoofd.
Deze zalving geldt als handoplegging die begeleid wordt met de woorden: "Naam, ontvangt het zegel van de heilige Geest, de gave Gods". 3. Het vormsel bevestigt en verdiept de christelijke initiatie die in het doopsel een aanvang nam.
Door de eucharistie behoren de gedoopten en gevormden volledig tot het lichaam van Christus.
Boete en verzoening
De Heer Jezus heeft niet alleen de mensen opgeroepen tot boete maar de zondaars ook opgenomen en hen met de Vader verzoend.
Zelf is Hij om onze zonden gestorven en na zijn verrijzenis heeft Hij de heilige Geest uitgestort over de apostelen en hun
de opdracht gegeven zonden te vergeven.
Hij heeft gewild dat de gelovigen die na het eerste reinigingsbad van het doopsel opnieuw in zonde vallen,
hersteld worden in genade en verzoend worden met God.
De kerk heeft en het water en de tranen: het water van het doopsel en de tranen van boetvaardigheid.
Eucharistie
Het belangrijkste sacrament en de bron en het hoogtepunt van ons geloof.
In de eucharistie, met name tijdens de consecratie, waar het brood en de wijn, op geestelijke wijze,
worden veranderd in het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus.
Op geestelijke wijze, daarom niet meetbaar of merkbaar aan de materie, zoals wij geen enkele geestelijke activiteit materieel kunnen meten of waarnemen.
Evenzo geeft het Lichaam en Bloed van Christus, genoten in de eucharistie, mits gelovig genoten, leven aan onze ziel en helpt
ons om geloviger en liefdevoller mensen te worden.
Het brengt ons dichter bij onze Vader, God in Jezus Christus.
Priesterschap
Het priesterschap is voorbehouden aan een ongehuwde man.
De priester neemt deel aan het ene priesterschap van Christus. De priester moet celibatair leven.
Een priester heeft zich vrijgemaakt van zoeken naar persoonlijk gewin, eigenbelang en het dienen van tijdelijke belangen in de wereld.
Hij is er voor zijn medemensen, zoals God er ook is voor iedereen.
Een gewone priester, alhoewel bijna onderaan in de hierarchie van de Kerk, is voor de gewone gelovige de meest belangrijke vertegenwoordiger van God en Kerk.
Hij dient de sacramenten toe en is hulp, een gids en steunpilaar voor de gelovige op zijn/haar levensweg, op weg naar God in de hemel,
zowel door zijn woorden als door zijn daden.
De priester wordt door een bisschop gewijd.
Huwelijk
Het burgerlijk huwelijk wordt door de kerkgemeenschap zeer gewaardeerd.
In normale omstandigheden is het immers de voorwaarde tot de kerkelijke huwelijksverbinding.
Voor christenen is het huwelijk bovendien een sacrament.
De huwenden gaan naar de kerk en beloven ook daar voor het altaar elkaar hun liefde en trouw omdat zij geloven dat God achter hun menselijke liefde staat,
dat hun liefde beeld moet zijn van Gods liefde, sacrament of teken van het verbond dat God met de mensen in Jezus Christus is aangegaan;
dat zij opgeroepen worden om in hun huwelijksgemeenschap de liefde tussen Christus en zijn Kerk uit te beelden en te belichamen.
Ziekenzalving
De verkondiging zal altijd weer moeten doorstoten tot het punt waar de zieke Christus erkent als degene die al onze kwalen op zich heeft genomen.
'Hij heeft onze zwakheden gedragen' (Mt. 8, 17).
De ziekenzalving kan eigenlijk maar plaats vinden op het ogenblik dat de zieke als gelovige zijn ziek-zijn kan beleven.
Dan wordt hij of zij gezalfd tot Christus, d.w.z. in deze concrete zieke-situatie deelachtig aan Jezus' paasmysterie,
waarin het lijden tot een doorgang wordt naar de heerlijkheid.
'Door de heilige ziekenzalving en het gebed van de priester stelt de Kerk de zieken in de hand van de lijdende en verheerlijkte Heer
opdat Hij hen zou opbeuren en behouden' (Lum. Gent. 11).